Lang fijn thuis wonen
Daar zorgen we samen voor
Jolanda Hermans: “Ik loop niet meer ongezien door het dorp”
Een week vol contacten
Wie Jolanda vraagt wat ze allemaal doet, krijgt niet één antwoord. Ze gaat wekelijks wandelen met bewoners van een verzorgingshuis, van wie sommigen in een rolstoel zitten en weinig buiten komen. Ook helpt ze eens in de twee weken bij een kienmiddag. Daarnaast is ze vrijwilliger bij de kerk tijdens een maandelijkse koffie-inloop, waar mensen samenkomen voor een praatje, soep en een broodje.
Ook buiten haar vrijwilligerswerk kijkt Jolanda naar mensen om. Met een vriendin die veel alleen is, heeft ze bijna dagelijks contact. Soms bellen ze maar vijf minuten, een andere keer drinken ze samen koffie of gaan ze het dorp in. “Ons contact onderhoud ik niet alleen omdat het voor haar gezellig is. Ik vind het zelf ook gezellig.” Juist die wederkerigheid is belangrijk. Jolanda doet iets voor een ander, maar krijgt er zelf ook contact en gezelligheid voor terug.
Niet meer aan de rand staan
Dat haar leven er nu zo uitziet, is voor Jolanda niet vanzelfsprekend. Vanaf haar achttiende heeft ze een lange geschiedenis binnen de GGZ, onder andere met begeleid wonen. Toen het beter met haar ging, ging ze eerst naar een zorgboerderij. Al snel merkte ze dat ze verder wilde. “Ik had heel erg het gevoel dat ik niet meedeed in de maatschappij. Dat ik aan de rand stond”, vertelt ze. “En dat terwijl ik juist zo graag iets wil betekenen voor andere mensen én voor mezelf.”
Via haar begeleiding sprak ze uit dat ze vrijwilligerswerk wilde gaan doen. Samen werd gekeken naar wat bij haar paste. Van daaruit kwam steeds meer op haar pad. Dat ze nu iets kan betekenen voor anderen, geeft haar vooral het gevoel dat ze weer meetelt. “Dat is voor mij het belangrijkste. Niet aan de rand van de maatschappij staan, maar echt deelnemen.”
Een reden om op te staan
Meedoen zit voor Jolanda niet alleen in de activiteiten zelf. Haar dagen hebben er ook een ander ritme door gekregen. Er staat iets in haar agenda, er zijn mensen die op haar rekenen en ze heeft iets om naar uit te kijken. Dat verschil merkt ze vooral ’s ochtends. “Eerst stond ik op en dacht ik: wanneer mag ik weer naar bed? Nu denk ik: vandaag ga ik dit of dat doen. Ik heb een doel om voor op te staan”, benadrukt Jolanda.
Het vrijwilligerswerk brengt haar bovendien in contact met mensen buiten de wereld van de GGZ. In het dorp merkt ze steeds vaker dat mensen haar kennen. Bewoners met wie ze wandelt, andere vrijwilligers of mensen van de parochie begroeten haar als ze haar tegenkomen. “Ik loop niet meer zo ongezien door het dorp. Mensen zeggen hallo. Ze kennen mij. Dat vind ik fijn.”
Wie goed doet, goed ontmoet
De contacten die Jolanda opbouwt, stoppen niet zodra een activiteit voorbij is. Dat merkte ze bijvoorbeeld toen ze zich een keer ziek moest melden. Er kwamen appjes met de vraag hoe het met haar ging en of iemand iets voor haar kon doen. “Daar stond ik wel even van te kijken”, vertelt ze. “Mensen vragen ook aan mij: hoe gaat het met jou?”
Voor Jolanda zit juist daarin de waarde. Vrijwilligerswerk is geen eenrichtingsverkeer. Ze helpt iemand om naar buiten te kunnen, maakt tijd voor een gesprek of zorgt mee voor een gezellige middag. Tegelijkertijd ontstaan er relaties waarin ook aandacht voor haar is. “Eigenlijk is dat win-win”, zegt Jolanda.
Weten hoe het is om beoordeeld te worden
Haar eigen ervaringen hebben ook invloed op de manier waarop Jolanda naar anderen kijkt. “Ik neem iedereen zoals die is”, zegt ze. “Het maakt mij niet uit wat voor beperking iemand heeft. Ik weet zelf hoe het is om aan de rand van de maatschappij te staan.” Ze kent ook het gevoel dat anderen al een oordeel klaar hebben. In het verleden merkte ze dat mensen haar anders zagen of bestempelden vanwege haar psychische kwetsbaarheid. “In het begin maakte me dat kwaad. Later dacht ik: ze weten niets over mij, maar oordelen wel.”
Annemiek Kessen van MET ggz ziet daarin iets belangrijks. Mensen met een psychische kwetsbaarheid worden volgens haar nog te vaak vooral gezien als mensen die hulp nodig hebben. “Terwijl iemand ook heel veel te geven kan hebben. Je bent meer dan je psychische kwetsbaarheid. Je bent een mens met talenten en mogelijkheden en kunt ook veel voor een ander betekenen.”
Het moet wel bij je passen
Dat betekent volgens Jolanda niet dat iedereen vrijwilligerswerk móét gaan doen. Iets voor een ander betekenen werkt alleen als het bij je past en je het zelf wilt. “Het moet ook een match zijn”, zegt ze. Ook je eigen grenzen blijven belangrijk. Wanneer Jolanda met iemand gaat wandelen, probeert ze haar eigen zorgen even thuis te laten. “Dan ben ik daar zodat die meneer of mevrouw naar buiten kan.”
Voor iemand die zelf graag weer iets wil doen, maar niet weet waar te beginnen, heeft Jolanda een eenvoudig advies: spreek het uit. Zij deed dat bij haar begeleiding en ging daarna samen op zoek. “Maak kenbaar dat je iets wilt doen en kijk samen wat bij jou past. Als je gaat zoeken, komt er vaak wel iets op je pad.”
Wat kun jij doen voor de mensen in jouw buurt? Praat erover. Soms maken juist de kleine dingen het verschil.
